D-Day  Het vertrek - De landing

 

17 September 1944

Onder Kerktijd woedden de inleidende aanvallen van ruim 800 zware bommenwerpers en beschietingen door jagers van, overwegend, geschutsopstellingen. De Tweede Tactische Luchtmacht (2nd TAF) bombardeert precisiedoelen: kazernes in en om Arnhem, Ede (waar zestig doden vallen) en Nijmegen. De luchtlandingen, die tussen 13.30 en 14.00 uur Nederlandse tijd beginnen, ondervinden weinig tegenstand. Bij Arnhem stuit een deel van de Britse troepen op een sterke vijand. Wel weet een Para-Bataljon, onder luitenant-kolonel Frost, zich aan de noordkant van de verkeersbrug te nestelen. De brug bij Grave valt in handen van onderdelen van de 82ste Airborne Divisie. Andere eenheden bezetten de Groesbeekse Heuvelrug. Duitse troepen bereiken de Waalbruggen juist vr de Amerikanen. In Brabant blazen de Duitsers de brug over het Wilhelminakanaal bij Son op; de overige bruggen vallen in handen van de 101ste Divisie. Het Britse grondleger begint zijn opmars vanaf Neerpelt (Belgi), moet door een verdedigingsscherm heen breken en komt niet verder dan Valkenswaard. Vooral in Arnhem, maar ook elders, blijken de radioverbindingen onderling en met het grondleger te falen. Student krijgt in zijn hoofdkwartier te Vught een dagorder, gericht aan de 101ste Airborne Division, in handen (later zal hij die belangrijker doen voorkomen). Model, overhaast uit Oosterbeek vertrokken, organiseert vanuit Doetichchem de tegenactie. Daarbij wil het toeval dat de restanten van twee SS-pantserdivisies in de omgeving aanwezig zijn, die onmiddellijk bij Arnhem en in de Betuwe posities innemen. Het Duitse opperbevel bestemt onder meer de sterke 3. Jagddivision van de Luftwaffe en Flaktroepen voor de slag.